In Maastrichtse terrassenkwestie is geen plaats meer voor informele manier van ruimte verdelen

De Limburger – Joos Philippens  23 januari 2020

De discussie over de nieuwe terrasverordening in Maastricht staat bol van juridische termen: loodlijnen, zichtverbinding, nabijheidsbeginsel, jurisprudentie, inpasbaarheid en weigeringsgronden. De politiek zucht onder de last en droomt hardop van vroegere tijden. ‘Ach, laat de horecaondernemers aan de pleinen in Maastricht-centrum de terrasverdeling onderling regelen’. Het werd dinsdagavond tijdens een raadsronde een paar keer verzucht, bijna melancholiek, met een hunkering naar vroegere, informele tijden. Maar nee, tegenwoordig wapenen gemeenten zich op voorhand tegen mogelijke juridische claims, de ‘indekcultuur’ domineert. Voor alles een verordening.

Schaars

Blijkbaar is het tijd voor een nieuwe verordening, met name voor pleinen waar de terrasruimte schaars is. In Maastricht is dat een overzichtelijk rijtje: Onze Lieve Vrouweplein, Sint Amorsplein, Kakeberg/Tongersestraat, Kesselskade, Cörversplein en pleintje onder de Klok in Wyck. Maar eerlijk gezegd, het gaat vooral om dat eerste plein. En nóg preciezer: om restaurant ’t Kläöske, dat zijn terras deels op het plein heeft, voor het Derlon-hotel. Goed voor 53 procent van de omzet, zegt de uitbater, wiens zaak om de hoek van het plein ligt.

Maastricht wil de regels veranderen, uit vrees anders ooit door een rechter teruggefloten te worden. Loodlijnen vormen de voorgestelde norm. Neem de zijkanten van een horecapand, trek die door richting plein en voilà: terras. Het moge duidelijk zijn dat ’t Kläöske zo buiten de Onze-Lieve-Vrouwe-boot valt, terwijl er nog wat andere ‘inschuifproblemen’ ontstaan.

Loodlijnen

Overregulering? Of: het kan gewoon niet anders in deze formele tijden? Burgemeester Annemarie Penn-te Strake denkt het laatste. „We hebben niets beters kunnen verzinnen dan loodlijnen.” Die bieden ondernemers gelijke kansen door transparante criteria. En de gemeente kan terrassen weigeren op grond van het leefklimaat en inpasbaarheid, iets waar centrumbewoners op aandringen.

Zou het ook anders kunnen? Penn: „We staan open voor elke betere suggestie.” Politieke ideeën genoeg: ‘Neem gewoon de adressen, dan is duidelijk wie aan het plein thuishoort.’ Maar dat helpt bijvoorbeeld ’t Kläöske niet. ‘Zichtlijnen’ dan: elke zaak die zicht heeft op een plein, krijgt recht op een terras. De burgemeester vindt dat lastig. „Moeilijk objectiveerbaar. Welke hoek telt mee, welk zicht, welke afstand?”

Hans Passenier (GroenLinks) hanteert de figuurlijke passer. „Ga midden op het plein staan en trek een cirkel; iedereen daarbinnen mag meedoen.” Jos Gorren (SAB) wil ook de straat om een plein meetellen, zodat meer zaken kans maken. „’t Kläöske? Dat moet dan gewoon zijn ingang richting Onze-Lieve-Vrouweplein verplaatsen.” Penn: „Bedenk, bij die twee opties vallen anderen weer af.”

Ouderwets

Het woord ‘loodlijn’ is inmiddels ongeveer het ‘l-woord’ geworden, waarvoor weinig politiek draagvlak bestaat. „Moet rechtvaardigheid niet boven juridische afdichting gaan?” spreken diverse partijen hardop uit. Gewoon ouderwets de ondernemers onderling eruit laten komen? ,,Ja, dat gaat gebeuren”, zegt de burgemeester: „Maar de gemeente moet eerst per plein vaststellen wie daarover mag meepraten.”

Tja, het is bijna om wanhopig van te worden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.