Inspraakreactie Stadsronde Omgevingsvisie d.d. 3 september 2019

Uitgebreid reageerden wij, in voorgaande stadsrondes op eerdere nota’s en de “Discussienotitie”. Mede op basis van de reacties uit de buurten heeft u die uitgewerkt in de Concept Omgevingsvisie deel I en deel II.

  • Een gedegen, leesbaar maar ook zeer omvattend plan met nieuwe beleidslijnen voor de voorziene complexe toekomstige opgaven en ontwikkelingen van onze stad, de aanpak en de route naar 2040.

Veel nieuwe opgaven en uitdagingen moeten de komende periodes aangepakt worden. Opgaven met oplossingen waarover op dit moment nog veel onzekerheid bestaat. Wij herkennen ons in de visie, de vijf grote opgaven en de drie hoofdthema’s voor de fysieke leefomgeving en onderschrijven die.

Het college geeft aan samen met de bewoners en overige “gebruikers van de stad” verder te gaan werken aan behoud en verdere ontwikkeling van onze stad op weg naar een vitaal 2040.  Wij hopen dat wij daar gezamenlijk in zullen slagen. De uitdagingen zijn niet gering.

Het groeimodel.                                                                                                              In de huidige strategische visie staat op meerdere fronten een ambitieus groeimodel voorop (versterkte regionale netwerkfunctie, versterking regionale agglomeratiekracht, motor voor de (Eu)regionale economie, groei onderwijsinstellingen, groei toerisme en evenementenstad.). Een groei die van vele (vaak niet direct voorspelbare) factoren afhankelijk is en explosiever kan worden dan nu voorzien (toerisme ?).

De ambities uit de Concept – Omgevingsvisie werken door in de toekomstige Omgevingsplannen en programma’s. Echter een nader inzicht ontbreekt of en waar dat integrale concept mogelijk kan leiden tot onderlinge onverenigbaarheden, tegenstellingen op deelgebieden  of zelfs ontwrichtende collisies daarbinnen. Dit geeft risico’s die de samenhang of de haalbaarheid (op delen) kunnen ondermijnen. (bijvoorbeeld tav het milieu en de leefbaarheid)

Om dat te verhinderen is het van belang “vooruitblikkende probleemanalyses” te laten plaatsvinden en “inventariserende oplossingsrichtingen” en “gevolgen” te verkennen.

Echter het plan voorziet daarin niet terwijl tevens besloten is geen “planMER” in te zetten (Dl 1 blz 114).

  • Onontbeerlijk is het daarom aanvullend een “Risicoparagraaf” op te nemen:
    • waarin onderlinge effecten worden aangegeven enMonitoring en Evaluatie – (als fundamenten – van de continue nagestreefde verbetering van de leefomgeving), criteria, meetpunten  en (om)schakelpunten worden vastgelegd.
    • Daarmee vermijdend dat nu nog onvoorziene effecten van de groei zich negatief manifesteren. Relevante informatie kan vervolgens opgenomen worden in de uitvoeringsparagraaf.
    • Belangrijke zorgpunten van bewoners en andere gebruikers kunt u daarmee wegnemen.

Profilering Jekerkwartier                                                                                            Forse zorgpunten voor het Jekerkwartier zijn het behoud van het bijzondere karakter als multifunctionele historische woonbuurt en de aanwijzing van de gehele woonbuurt als “levendig gebied”. Die aanwijzing zonder beschermende criteria is in uw plan bepalend als leidraad voor de inpassing van nieuwe functies en de “locatiekeuze ladder”.

Een te optimistisch beeld is de constatering dat er in het Jekerkwartier “een balans is tussen woonkwaliteit en levendigheid” (dl1: blz. 94). Als bewoners  wijzen wij er op dat ook nu al  een grens bereikt is voor wat de buurt aan toerisme, tijdelijke bewoning, instituten, evenementen etc. aan kan.

Het Jekerkwartier telt ca 1066 voornamelijk monumentale woningen (172 niet woningen), ca 1135 huishoudens en 1600 inwoners: in de basis een woonbuurt.  Echter met het belang van deze woonfunctie voor een kwalitatieve stedelijke buurtopbouw wordt te weinig rekening gehouden.

  • Als richtlijn voor de toekomst is vast te houden aan een zorgvuldig evenwicht tussen de multifunctionaliteit en de huidige bewoning .
    • Garanties en criteria zijn vast te leggen om verdringing van de reguliere (vaste) bewoning door toeristische, tijdelijke (studenten) woonvormen en andere functies tegen te gaan.
    • De aanduiding van het Jekerkwartier als “urban campus” geeft een incorrect beeld, leidt tot confusie en dient te vervallen (Dl 2: blz. 95 punt 2). Alsook de primaire functieomschrijving buurtkarakter: “Instituten……..Wonen”.
    • Na afronding van ”Tapijn“ is verdere uitbreiding van de onderwijssector en universiteit in het Jekerkwartier af te wegen tegen het behoud van het karakter en draagkracht van de buurt (Dl 1: blz. 53 punt 4).
  • Meer aandacht is te geven aan de zorg voor onze bewoners ook door versterking van de woonfunctie. Bijvoorbeeld ook binnen de beleidsdoelen van “zorg & leefbaarheid” meer aandacht schenken aan zorgfuncties en de realisatie “geclusterd verzorgd wonen” (bv. Molenhof) (Dl2 blz. 136 punt d).
  • Het verdient aanbeveling ter bescherming en behoud van het bijzondere karakter van het Jekerkwartier en het evenwicht in de multifunctionaliteit, de betreffende kenmerken daarvan als gewenste omgevingswaarden te “kwalificeren” en vast te leggen.

Verkeer en milieu                                                                                                           De verkeerssituatie in de binnenstad en het Jekerkwartier is en blijft voor ons als bewoners een groot zorgpunt qua milieubelasting, bezoekersverkeer, bereikbaarheid, verzorgingsverkeer en parkeren. In uw plannen wordt primair ingezet op belangrijke aanpassingen en verbeteringen van de omliggende wegenstructuur, het parkeren en vervoerswijzen (modal split).

Ook dan nog verwachten wij dat de verkeersbelastingen op de zuid-as en ook maasboulevard zorgelijk en onzeker blijven.

  • Wij bepleiten dan ook concrete normstellingen  voor de toelaatbare verkeersbelasting (m.n. ook vrachtverkeer/ DL 2 blz. 39) op de zuid-as en Kennedybrug. (met bijbehorende extra maatregelen)
    • Dit onverlet onze waardering voor de intenties, de plannen en maatregelen, zoals uitgedrukt en omschreven in de omgevingsvisie, om de verkeersdruk en de luchtvervuiling op de betreffende tracés te verminderen.
    • Maatregelen (zoals de milieuzone) ter verbetering van de luchtkwaliteit kunnen voor gemeenten verplicht worden bij (dreigende) overschrijding van ”Rijksomgevingswaarden” /emissieplafonds (gemeentelijke programmaplicht !).
    • Feitelijk wordt de noodzaak daarvan al met de huidige onderzoeken van de Milieuzone aangetoond.

Voor de verkeersstructuur binnen de singels worden wensbeelden aangegeven maar missen wij een duidelijk einddoel qua verkeerscirculatie binnenstad.

  • Onontbeerlijk achten wij een heldere keuze voor een “verkeersluwe binnenstad”.
    • Met daarop toegesneden toegankelijkheidsbeperkingen.
    • Afbouw van “Straat parkeren voor bezoekers ook in het “levendig gebied“ en Jekerkwartier (DL 2, blz. 46).
    • Aangepaste gebiedsindeling binnenstad bij parkeer ontheffingsstelsel (rechttrekken gebiedsoverbelasting).
    • Versnelde opstart van het overleg over de opties aanpassing parkeergarage Vrijthof.
    • Afzienbare realisatie van een (binnen) stedelijk distributiestelsel.

Groen, natuur en landschap                                                                         Groenelementen zoals bomen vormen in de historisch binnenstad belangrijke kwaliteiten zowel structureel als qua milieu en klimaat. De kaart op blz. 74 (dl 2) met weinig groen binnen de singels illustreert dat daar nog veel te winnen is:

  • Extra aandacht vragen wij dan ook voor een verdere “vergroening binnenstad” met stadsbomen en -beplanting.
  • Meer openbare ruimte daarvoor vrij te maken ook door vergroening en aanpassing van inpandige a-niveau parkeerterreinen en binnenterreinen.
  • Landschappelijk missen wij een groene verbinding van het Tapijn park met het landschappelijke Jekerdal. Een doorgaande wandelverbinding langs de Jeker geeft hier een extra groene route als uitloop van het stadspark en ook als onderlinge buurtverbinding.
  • Terughoudendheid is verder geboden bij de inzet van het monumentale historische stadspark voor (grootschalige) evenementen. Dit gaat ten koste van het park als rustig landschappelijk element en legt druk op natuurwaarden, beheer en onderhoud. Het stadspark wordt reeds zeer intensief gebruikt. Het bewaken van de balans tussen wonen en dynamiek vraagt om zorgvuldige afstemming van activiteiten en functies.

Regionaal                                                                                                                  Bewoners van stad en ommelanden ondervinden, zo is meermaals gebleken, (veel) hinder van geluidsoverlast en uitstoot vanwege het vliegverkeer van MAA.

Ook Maastricht zou zich kunnen voegen bij de heuvellandgemeenten die een wetenschappelijke kosten-batenanalyse voorstaan inzake nut en noodzaak van (uitbreiding en nieuwe vergunningverlening) MAA.

Ten Slotte,

  • geven wij in overweging het plan (althans indien nodig) op basis van de resultaten stadsronde en raadsronde bij te stellen alvorens de officiële zienswijze procedure te starten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.